Udawalawe
30 januari 2026 - Udawalawa, Sri Lanka
De route naar onze volgende bestemming gaat weer door de bergen, dus veel gekronkel met het bijbehorende getoeter bij iedere bocht. Ook hier houdt de breedte van de wegen niet over, dus zien we weer regelmatig hoe voertuigen elkaar bijna rakend passeren. Vooral voor bussen en vrachtwagens is dat een uitdaging maar het lijkt altijd toch wel weer te lukken.
De gebruikelijke koffiepauze onderweg wordt vervangen door een theepauze. Thee is wat de gemiddelde Sri Lankaan drinkt. Koffie wordt maar door een enkeling gedronken en door toeristen als wij, maar hier in de bergen op onze route niet te verkrijgen. Voor een kopje thee op Sri Lankaanse wijze stoppen we in een klein gehucht bij een theehuisje, een kleine ruimte met een soort toonbank, een vitrine met diverse baksels en een tafel en stoelen naast elkaar tegen de muur. Voor ons worden wat stoelen schoongeveegd en de bestelling kan worden opgenomen. Zwarte thee, geen melk, geen suiker bestellen we. We krijgen de ‘goeie’ kopjes denk ik. Mihi krijgt zijn thee in een glas. Erbij wordt een ‘patty’ geserveerd, een soort pasteitje met linzendahl, maiskorrels en chili peper gevuld en gefrituurd in kokosolie. Onverwacht lekker bij de (toch gezoete) thee vind ik. Alles bij elkaar voor nog geen twee euro. We vallen duidelijk weer op want af en toe komt er een nieuwsgierig hoofd om de hoek kijken. Alleen maar mannen. Theehuisjes lijken hier vooral voor mannen.
In Udawalawe, de bestemming van die dag, zullen we twee nachten in een safari kamp verblijven van waaruit we een game drive zullen maken, onze laatste deze reis. Althans, zo staat dat in het programma. Er blijkt echter een heel pakket aan activiteiten bij de voor ons geboekte overnachtingen te horen. We besluiten de avondwandelingen te laten voor wat ze zijn en voor de middagsafari te kiezen die kort na aankomst al begint en de volgende ochtend vroeg ook nog een game drive.
We logeren in tent 03, een degelijke safaritent, door muggengaas verdeeld in twee ruimtes. In de eerste ruimte staan twee stoelen en een paar lage tafeltjes. Daarachter de slaapruimte met een tweepersoonsbed en een houten rek voor kleding. Geen plastic ramen maar van muggengaas met gordijnen ervoor. Achter het bed een badruimte die wel erg krap bemeten is. De breedte van de tent, een meter of vijf maar maar ongeveer een meter diep. Achteraan een douchebak dan een w.c. en een soort wastafel met wasbak. Niet luxe maar dat vinden we voor twee dagen niet erg. Iets meer badder ruimte hadden we wel fijn gevonden. We sluiten de tent af met een hangslot. Buiten langs het pad dat naar de receptietent en het buitenrestaurant leidt, staan kleine metalen gieters op palen die ‘s avonds gevuld worden met kokosolie, van een dik lont worden voorzien en dan worden aangestoken om daarna gedurende de hele nacht het pad te verlichten. Niet genoeg om de weg zonder zaklamp te vinden maar toch fijn.
De middagsafari in het Udawalawa National Park stelt niet teleur. We zien veel olifanten in alle soorten en maten. Bij een meer meerdere krokodillen die zich in de zon liggen op te warmen, een kudde waterbuffels die hun naam eer aandoet en het water ingaat. Veel pauwen die we overal in het wild tegenkomen en verder vooral vogels. Arenden als de ‘hawk eagle’ en een zee-arend, reigers in maten en soorten. Ook felgekleurde kleine en wat grotere bee-eaters en ijsvogeltjes. Maar de ‘painted stork’ oftewel de Indische nimmerzat, is toch wel de meest bijzondere vogel wat mij betreft. Een ooievaar met zwarte, witte en roze veren en een oranje-roze snavel en (gedeeltelijk naakte) kop en roze poten. Heel bijzonder.
Tijdens de ochtendsafari, die om zes uur al begint, zien we dat deze soort zijn nesten bouwt in de kale, dode bomen die midden in het meer staan. In dezelfde boom hebben aalscholvers ook nesten gebouwd. Dat gaat blijkbaar goed samen. De olifanten zijn hier duidelijk aan de safari auto’s gewend want ze negeren de jeeps of komen bedelen om eten door dicht bij te komen en een enkele keer zelfs met hun slurf de open auto in te gaan. Zo dichtbij zijn ze wel héél erg groot. Het is ook mooi om te zien hoe ze eerst een pol van het korte gras losschoppen, dan met hun slurf wat bij elkaar op een hoopje ‘vegen’ om het daarna met diezelfde slurf naar de mond te brengen. ( zie filmpje als het lukt) Ze eten wel zo’n 150 kg. Per dag horen we. Daar zijn ze dus wel even mee bezig. In dit park hebben we de beste safari ervaringen van deze reis.
‘s-Avonds wordt bij een kampvuur gedineerd. Nagenoeg in het donker met alleen het licht van het vuur en wat kaarsjes op tafel. Ook een mooie halve maan en sterrenhemel want nauwelijks leklicht.
Tot zover ons verblijf in Udawalawe.
Wordt vervolgd in Sinharaja Rain Forest….tot dan maar weer, tot blogs.


































Liefs van ons